Improvisation by Inspiration (1)

Mijn kijk op muziek is het afgelopen jaar flink veranderd. Dit komt vooral door het muzikale onderzoek wat ik heb uitgevoerd: het ‘Artistic Research’, een belangrijk onderdeel van de opleiding tot ‘Master of Music’. Mijn Artistic Research ging over improvisatie. Mei jl. heb ik dit onderzoek afgerond. In deze post zal ik iets over de inhoud en resultaten ervan weergeven. Hoe het mijn kijk op muziek heeft veranderd, kun je misschien al tussen de regels door lezen, maar ik zal daar in de volgende post op terugkomen.

Dit onderzoek is gestart toen ik nog een beginner in improvisatie was. Ik had moeite met het studeren op improvisatie. Met mijn Artistic Research wilde ik meer leren over mogelijkheden en technieken voor improvisatie in een moderne stijl. Daarvoor ging ik te rade bij anderen. Ik wilde analyseren wat voor technieken de ‘grote’ organisten gebruikten tijdens het improviseren, en uitzoeken of ik deze technieken in mijn improviseren kon toepassen.

Wat mij betreft is de waarde van goede geïmproviseerde muziek dat het ‘vrij’ klinkt. Het is natuurlijk heel interessant hoe deze ‘vrijheid’ zich verhoudt tot ‘het nadoen van anderen’. In de loop van het onderzoek kwam ik daar ook achter. Het oplepelen van uit het hoofd geleerde ‘klinkt-als’-muziekjes was niet echt bevredigend. Ik wilde op zoek naar een eigen stijl.

We worden onszelf door anderen—Lev Vygotsky

Toch kun je een eigen stijl ontwikkelen door te luisteren naar anderen, ontdekte ik. Dat is dan geen imitatie, maar inspiratie. ‘We worden onszelf door anderen’ zei de Russische psycholoog-filosoof Lev Vygotsky, en het is niet voor niets dat het rapport van mijn Artistic Research begint met dit citaat. In mijn onderzoek heb ik dit werkelijk ervaren. Het verschil met letterlijke imitatie is dat je op een dieper niveau de muziek analyseert, om die je helemaal eigen te maken. Niet: welke technieken gebruikt de componist, maar: wanneer, waarom, en hoe zet hij deze technieken in?

Het onderzoek begon bij de ‘grote Franse improvisatoren’, met name Cochereau. Toen ik zijn trucjes helemaal kapot geanalyseerd had (terwijl ik er zelf weinig van bakte), stapte ik over op wat anders. Muziek van Sjostakovitsj, om wat meer wrange klanken in de Franse welluidendheid te brengen. Om te voelen hoe zijn muziek in de handen op het orgel ligt, heb ik een symfoniedeel bewerkt. De manier hoe Sjostakovitsj omgaat met toonladders en harmonie is erg bruikbaar in orgelimprovisatie, heb ik ontdekt. Daarna wilde ik wat meer richting de hedendaagse muziek gaan. Omdat Stravinsky veel van de ‘moderne’ vernieuwingen bracht, heb ik ook zijn muziek bekeken. De vernieuwende elementen (ostinati, ritmische cellen, zelfstandige harmonieën) in zijn ‘Sacre du Printemps’ leveren spectaculaire muziek op wanneer ze toegepast worden op orgelimprovisaties. Ten slotte heb ik contact gehad met de hedendaagse organisten Guy Bovet, Willem Tanke, en John Terwal. Hierbij leerde ik veel over het voorbereiden van improvisaties, en over het inzetten van de kwaliteiten van het orgel wat je bespeelt.

Ik zocht naar specifieke improvisatietechnieken, en vond er ook wel een aantal. Maar het belangrijkste resultaat van het onderzoek is dat ik een eigen stijl ben gaan ontwikkelen, en dat ik meer geleerd heb over de manier waarop een eigen stijl verder ontwikkeld kan worden.

Het eindrapport van mijn onderzoek kan ik je op aanvraag toesturen.

2013–12–04

Weblog